Voor wie?

Voor kinderen bij wie het spelen en het leren van dagelijkse handelingen thuis en op school niet vanzelf verloopt

Oorzaken kunnen o.a. zijn:
Motorische onhandigheid (soms als DCD gediagnosticeerd), sociaal-emotionele problemen, concentratieproblemen, verstandelijke beperking, AD(H)D, NLD, zintuiglijke beperking, PDD-nos, autisme, stoornissen in de sensorische informatieverwerking, dyslexie of een combinatie van meerdere factoren.
Maar bij veel kinderen die hier komen is geen diagnose gesteld en dat hoeft in de meeste gevallen ook niet.

Al deze kinderen kunnen problemen hebben met: 
Zelfredzaamheid zoals veters strikken, aankleden, afdrogen, brood smeren
Schrijven (letters of cijfers omdraaien, slordig schrijven)
Knippen, scheuren, plakken, prikken, vouwen en tekenen
Plannen van handelingen, organiseren van een werkje

Vaak hebben ze dan een achterstand wat betreft bepaalde voorwaarden zoals:
Fijne motoriek
Co÷rdinatie

Ook kan angst om te vallen en te bewegen een rol spelen of een overgevoeligheid voor tastprikkels (bepaalde kleding niet aan willen, moeite hebben met aanraking). Dan hebben kinderen problemen in de Sensorische Informatieverwerking.